Het Heilig Doopsel

Door het doopsel treden we toe tot de katholieke kerk. Het is het eerste sacrament van de zeven sacramenten in de kerk. We kunnen het doopsel maar één keer in ons leven ontvangen. Het doopsel bevestigt ons als kinderen van God.

Door onze geboorte zijn we lid geworden van een gezin. Maar er is ook een tweede geboorte, die uit het doopsel. Door het doopsel worden we lid van een nieuwe familie, die van de kerk. En net zoals we bij de eerste geboorte een voornaam en een familienaam kregen, krijgen we die nu ook. Een doopnaam en een familienaam. De nieuwe familienaam van een gedoopte is Christen. Op volwassen leeftijd kiest men zelf zijn doopnaam, maar bij jonge kinderen zijn het de ouders die een naam geven. De naaste banden van familie, worden in het doopsel banden met de hele kerk. Met de christenen die nu leven, de christenen die reeds gestorven zijn, maar ook met de christenen die in de toekomst zullen leven.

Door het doopsel wordt Jezus onze broer, God onze Vader en worden wij allemaal broers en zussen van elkaar. Maria is onze Moeder.

 

Doopsel

Waarom dopen?

Door onze geboorte horen wij bij een familie. We hebben een naam gekregen en een familienaam, zonder dat wij er zelf voor konden kiezen. Maar niet alleen hebben wij een naam gekregen, maar ook een nationaliteit. Ook daarvoor konden wij niet kiezen en toch zijn wij lid geworden van een land dat ons accepteert als burger. En als burger van dat land hebben wij rechten.

Op dezelfde manier maakt de doop ons lid van de familie van God en van de geloofsfamilie die de Kerk heet. En als lid van die gemeenschap mogen wij delen in de sacramentele schatten van de kerk en de genaden die God zijn kinderen geeft.

Wat gebeurt er?

De doop vindt bij voorkeur tijdens de Familiemis plaats. De dopeling draagt witte kleding, als symbool voor de zuiverheid van het geloof. Toen de vrouwen en discipelen op Paaszondag terugkeerden, ontdekten ze dat het graf helemaal leeg was, met uitzondering van de witte gewaden. De witte kleren symboliseren dus de belofte van de wederopstanding. De belofte is dat het gedoopte lichaam op een dag zal sterven, net zoals het lichaam van Christus. Maar dat het door Christus weer uit de doden wordt opgewerkt.

  1. Tijdens de doop van een baby vraagt de priester aan de ouders: 'Welke naam geeft u uw kind?' Hij stelt die vraag, omdat je na de doop bij naam een kind van God wordt en Jezus bij naam je broer wordt.
  2. De priester vraagt: 'Wat vraagt u van Gods Kerk voor uw kind? De ouders antwoorden: 'Het doopsel.;
  3. De priester vraagt de ouders en peters en meters vervolgens of ze bereid en in staat zijn hun plichten te vervullen om dit kind in het christelijk geloof op te voeden.
  4. Daarna maakt de priester met zijn duim zachtjes het kruisteken op het voorhoofd van het kind, om te onderstrepen dat het kruis van Jezus de dopeling heeft gered. De ouders en peters en meter doen hetzelfde.
  5. De priester zegent het doopwater. Het gebed herinnert aan de belangrijke rol die water heeft gespeeld in de verlossingsgeschiedenis zoals deze in de hele Bijbel is opgetekend. Het vertegenwoordigt een teken van nieuw leven, het wegwassen van de zonde, verlossing uit de slavernij en een nieuw begin.
  6. De doopbeloften worden uitbesproken. Omdat het kind niet voor zichzelf kan spreken, antwoorden moeder, vader en peter en meter voor hem. De vragen zijn gemakkelijk, niemand heeft een hulpijn met het publiek nodig. De priester vraagt: 'Zweert u het kwaad af? En al zijn werken? En al zijn loze beloften? Als alles goed gaat, zegt iedereen Ja.
  7. Nu komt de apostolische geloofsbelijdenis in vraagvorm. De priester vraagt: Geloof je in God de almachtige Vader, schepper van hemel en aarde? Opnieuw hoopt de priester op het antwoord: Ja. Daarna volgt de rest van de geloofsbelijdenis in vraagvorm.
  8. Nu vindt de feitelijke doop plaats. De familie verzamelt zich rondom het doopvont en het kind wordt boven het waterbassin gehouden, terwijl de priester drie keer water over het hoofd van het kindje giet en zegt: Ik doop jou (naam van het kind) in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
  9. Daarna zalft de priester de kruin van de nieuwe christen met olie. Aan deze olie is balsem toegevoegd, zodat hij lekker ruikt. De zalving symboliseert dat de pasgedoopte christen daadwerkelijk een christen is. Het woord Christus betekent gezalfde en een christen is iemand die in Jezus Christus is gezalfd.
  10. Het kindje krijg een beetje zout op zijn tong, als teken van nieuw leven. Door het doopsel wordt het 'zout der aarde.' Het zout geeft smaak aan het voedsel, zo is het ook met de Christen, die door zijn leven en werken een belangrijke bijdrage heeft in de wereld.
  11. Aan de brandende paaskaars wordt nu de doopkaars ontstoken. De doopkaars symboliseert dat de nieuwe christen een licht voor de wereld is.

Meer informatie

U kunt gebruik maken van het contactformulier, dan nemen wij z.s.m. contact met u op.
Maar u kunt ook zelf contact opnemen met pastor Pierre Valkering. p.valkering@planet.nl , tel: 020 – 662 6909.

Contactformulier